Het leven van een krijgsheer in het detentiecentrum van het Internationaal Strafhof

‘Een nieuwe familie’

Verbaasde medewerkers van de Amerikaanse ambassade in de Rwandese hoofdstad Kigali zagen maandagochtend een ongenode gast voor de deur staan. Het bleek om niemand minder dan de gevreesde krijgsheer Bosco Ntaganda te gaan, tegen wie al jaren een internationaal arrestatiebevel liep. Bijnaam: The Terminator. Een titel die hij niet voor niets heeft. Ntaganda had een opmerkelijk verzoek. Hij vroeg de Amerikanen om hulp. Hij wilde overgebracht worden naar het Internationaal Strafhof in Den Haag, dat hem sinds 2006 zoekt wegens oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid, gepleegd tijdens de oorlogen in het oosten van Congo. Het spel was voorbij. Een krijgsheer, die sinds zijn tienerjaren in de oorlog zit, geeft zich niet zo maar over. Ntaganda had net een machtsstrijd binnen de militiegroep M23 verloren. Blijkbaar waren er geen machtige vrienden meer die hem konden beschermen. De keuze was overzichtelijk geworden: de dood of het strafhof.

De diplomatieke machinerie kwam meteen op gang. Rwanda, dat er van beschuldigd wordt Ntaganda en zijn militiegroepen jarenlang te hebben gesteund, liet meteen weten zijn uitlevering aan Den Haag niet te zullen blokkeren. De Nederlandse en Amerikaanse autoriteiten zorgden voor de aftocht. Gisteren (vrijdag 22 maart) werd de krijgsheer in een vliegtuig ingecheckt. Vannacht arriveerde hij bij de gevangenis van Scheveningen, waar een speciaal blok is ingericht voor de verdachten van het internationaal strafhof.

Hoe gaat zoiets? Meteen na aankomst worden nieuwe gedetineerden medisch en psychisch onderzocht. Ntaganda krijgt, tenzij hij met volle koffers reisde, ook twee herenkostuums. Om te zorgen dat hij straks netjes in de rechtszaal verschijnt. ‘Het gaat om hun waardigheid,’ vertelde Marc Dubuisson, Directeur van de Division of Court Services van het ICC, in een interview dat ik in 2011 met hem had.

Ook heeft hij een advocaat nodig, want dinsdagmorgen wordt hij al voorgeleid. In de rechtszaal zullen de aanklachten worden voorgelezen. Concreet wordt Ntaganda beschuldigd van: moord, verkrachting, het ronselen, trainen en inzetten van kindsoldaten tijdens gevechten, seksuele slavernij, aanvallen tegen burgers, plundering. De rechters checken zijn identiteit en of hij de zittingen in een van de officiële talen van het hof kan volgen. Mocht hij niet in staat zijn een advocaat te betalen, kan het ICC die taak op zich nemen. Per cliënt betaalt het hof 40.000 euro per maand, ofwel een half miljoen euro per jaar, voor de kosten voor de verdediging. De kans dat Ntaganda insolvabel wordt verklaard, is echter klein. Er zijn berichten dat hij in Congo een vermogen verdiende, met bijvoorbeeld mijnbouw-deals. Onder het oog van internationale blauwhelmen placht hij te dineren in restaurants en was hij vaak op de tennisbanen van Goma te zien. Hij huurde ook wel eens een half hotel af.

Aan dat leven is een einde gekomen. De komende maanden zal Ntaganda niet in de rechtszaal te zien zijn, maar uitsluitend verblijven in het ICC-blok, dat twaalf cellen telt. Hij komt er terecht in een kleine Congolese gemeenschap van verdachten. De meesten kennen elkaar van de slagvelden van Ituri. Thomas Lubanga Dyilo, die vorig jaar tot 14 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, was zijn partner in crime. De twee krijgsheren behoorden tot het leiderschap van de militiebeweging UPC. Ook zal hij er zijn doodsvijand Germain Katanga tegenkomen. Dan is er nog de vroegere vice-president van Congo, Jean-Pierre Bemba Gombo, die het als enige druk heeft met zittingen. Het voormalige staatshoofd van Ivoorkust, Laurent Gbagbo, heeft er een cel. Ook schijnt Charles Taylor er nog altijd te zitten. De voormalige Liberiaanse president is geen strafhof-gevangene, maar is veroordeeld door het Special Court for Sierra Leone.

Ze kunnen het goed met elkaar vinden, vertelde Dubuisson indertijd. ‘Het is net een familie.’

Wat Dubuisson in het interview niet vertelde, is dat er in het cellenblok nog een aantal andere gevangenen zit. Zij zijn geen verdachten van het strafhof of een ander internationaal tribunaal. Het gaat om drie Congolezen uit Ituri, die jaren zonder vorm van proces in Congolese gevangenissen zaten en in maart 2011 als gedetineerden tijdelijk werden uitgeleend om als getuigen à décharge op te treden in rechtszaken tegen Ituri-verdachten Germain Katanga en Mathieu Ngudjolo Chui (die overigens afgelopen december wegens gebrek aan bewijs is vrijgelaten). Omdat de getuigen zich tijdens hun verklaringen kritisch hebben uitgelaten over de Congolese autoriteiten, onder wie president Kabila, vrezen ze bij terugkomst in Congo voor hun leven. Inmiddels hebben ze in Nederland asiel aangevraagd. Tot nu toe zonder veel succes.

Het regime in het detentiecentrum is soepel. Alleen ’s avonds moeten de gevangenen naar hun cel. Overdag kunnen ze zich vrij bewegen. ‘We doen alles om te zorgen dat hun leven zoveel mogelijk op het normale bestaan lijkt,’ vertelde Dubuisson. De gedetineerden kunnen sporten. Het strafhof organiseert muziek-, schilder- en taallessen. ‘Ze spreken graag Frans, maar ze leren allemaal Engels.’ Ook om te kunnen communiceren met de Nederlandse bewakers, die in dienst van het Nederlandse ministerie van Justitie zijn. Het strafhof vraagt altijd om bewakers, die affiniteit met andere culturen hebben, en Engels maar nog liever Frans spreken.

Het detentiecentrum is eigendom van de Nederlandse Staat. Het strafhof heeft met Nederland een ‘product&prijs-overeenkomst’ gesloten. Eén cel kost 500 euro per dag (dat was in 2011, het is vast al wel duurder geworden). ‘De prijs van een uitstekend hotel,’ lacht Dubuisson. ‘We hebben 12 cellen en 365 dagen.’ Dus jaarlijks betaalt het strafhof voor de detentie bijna 2,2 miljoen euro aan Nederland. Alles wat buiten de afspraken valt, wordt extra in rekening gebracht. Neem de familiebezoeken, iets waarvoor niet alleen Dubuisson, maar vooral de president van het hof zich sterk heeft gemaakt. Voor het gezin van Bemba dat in België woont, is een bezoekje geen probleem. Maar zie maar eens vanuit een afgelegen oord als het Congolese stadje Bunia naar Nederland te komen. Alleen al het krijgen van een paspoort, laat staan een visum, is moeilijk. ‘De kinderen hoeven niet te betalen voor een fout die hun vader mogelijk heeft begaan,’ vindt Dubuisson. Hij wist Duitsland te bewegen om voor deze reizen te betalen. Inmiddels hebben alle verdachten hun familie op bezoek gehad. Dubuisson maakte zich ook sterk voor een aparte ruimte voor ‘privébezoek’ waar gevangenen intiem samen kunnen zijn met hun echtgenoten. Sanitair is dan wel het minimum aan voorzieningen. Ook voor die aanpassingen presenteerde de Nederlandse regering de rekening. ‘Het strafhof heeft hier zelf voor betaald.’ (Het is algemeen bekend dat Charles Taylor, die al jaren vast zit, niet lang geleden een baby heeft gekregen).

Universitair docent Denis Abels, die aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) promoveerde op detentie bij internationale straftribunalen, waarschuwt dat isolement van gevangenen een groot probleem is. Omdat ze ver van familie en vrienden wonen, zijn gedetineerden op elkaar aangewezen. Overigens is zijn algemene oordeel redelijk positief. ‘Het behoort tot een van de beste detentiecentra ter wereld. Maar op deelgebieden kan het wel iets beter.’

In het begin was het menu een groot probleem. De Afrikanen baalden van het feit dat ze in plaats van brood, kaas, melk en Hollandse pot geen Afrikaanse gerechten konden krijgen. ‘We hebben hier meer dan zes jaar voor gevochten,’ legde Dubuisson uit. Eindelijk staan er op de bestellijst met producten die de gedetineerden kunnen kopen, ook ingrediënten waarmee ze een Afrikaanse maaltijd kunnen bereiden. ‘Inderdaad, ze koken bijna elke dag,’ aldus Dubuisson. Sommige verdachten hebben een hele culinaire ontwikkeling doorgemaakt. Ze bakken zelfs. In de gevangenis geurt het regelmatig naar cake. Ook hebben ze andere huiselijke bezigheden. De gevangenen doen zelf hun was. Hun pakken kunnen ze twee maal per maand laten stomen.

Ook een eigen computer behoort tot het pakket. ‘We zijn een e-hof,’ zeit Dubuisson. De dossiers van de rechtszaken zijn in elektronische vorm. Maar omdat in afgelegen plaatsjes in Congo de computer nauwelijks is doorgedrongen, moeten sommige gevangenen eerst op les. Vrij surfen op het internet is er echter niet bij. De computer die de verdachten op hun cel hebben, heeft slechts één lijn: met het strafhof. Als de gevangenen schriftelijk met hun familie willen communiceren, moeten ze ouderwets met de hand een brief schrijven. Onderzoeker Abels hekelt daarbij de praktijk dat ‘alle post automatisch wordt gecontroleerd.’

Dubuissons grootste zorg is dat iemand overlijdt, door een natuurlijke dood of zelfmoord. Depressie ligt op de loer. ‘Je ziet dat gevangenen zich beter voelen als ze een goed resultaat bij de zittingen in de rechtszaal hebben, of als er een kans is dat ze vrijkomen. Maar als dan het beroep negatief is, en ze moeten toch vast blijven zitten, zijn ze natuurlijk vreselijk down. Als er tekenen zijn dat het niet goed gaat, als iemand bijvoorbeeld niet wil praten en zich opsluit in de cel, roepen we meteen de medische eenheid er bij. We kunnen uit voorzorg infrarood in de cel aanzetten, zodat we hun toestand in de gaten kunnen houden.’

Maar Abels, die zelf nooit toegang kreeg tot de detentiecentrum van het strafhof, vindt dat het strafhof veel te ver gaat door gevangenen bij aankomst standaard af te zonderen en in een speciale cel te plaatsen waar ze zichzelf niets aan kunnen doen. ‘Zo’n besluit moet gebaseerd zijn op het oordeel van een arts. Want er zijn ook gevangenen die juist op hun gemak raken door contact met andere gedetineerden,’ stelde Abels.

Dubuisson vertelde dat hij een in de drie weken de gevangenen bezoekt. ‘Ze maken deel uit van de gemeenschap van gedetineerden en hebben gedeelde belangen. Allemaal proberen ze de kwaliteit van het voedsel te verbeteren of meer tijd voor bellen te krijgen. Ze zijn allen bezorgd om hun familie. Misschien heeft een kind een ongeluk gehad, of je realiseert je dat je vrouw al die tijd alleen is.’

Het is zijn taak om zich neutraal op te stellen, vertelde Dubuisson. De rechter zal uiteindelijk een oordeel over de gevangenen uitspreken. ‘Misschien zijn er mensen die vinden dat het moordenaars zijn. Maar het zijn personen die zich volstrekt normaal gedragen. Ze zijn buitengewoon intelligent en hebben allemaal charisma. Het zijn niet voor niets leiders. Je kunt een uitstekend conversatie met hen hebben.’ De gedetineerden kijken naar zenders met programma’s over Afrika en ‘als echte mannen’ volgen ze zoveel mogelijk sportuitzendingen. Via de BBC krijgen ze het wereldnieuws. Zoals ze indertijd, nog op vrije voeten, ook als president en vice-president gewend waren. Bemba, die een groot deel van zijn leven in België woonde, het land waar Dubuisson oorspronkelijk vandaan komt, volgt de ontwikkelingen op de voet. ‘Hij weet tot in detail wat er in België gebeurt, en is vaak beter op de hoogte dan ik.’

De gedetineerden zitten alleen gedurende hun voorarrest en proces in de Scheveningse gevangenis. Hoe het daarna moet, is niet in alle scenario’s duidelijk. De rechters buigen zich nu over het beroep dat partijen in de zaak Lubanga hebben aangespannen. Als een verdachte veroordeeld wordt tot een celstraf, zal hij die uitzitten in een ander land. Mocht het vrijspraak worden, dan mag de ex-gedetineerde niet in Nederland blijven. De Nederlandse autoriteiten zullen hem naar de grens of Schiphol brengen. Maar wat te doen als terugkeer naar het eigen land te gevaarlijk is? Daar is nog geen oplossing voor, stelde Dubuisson toen. ‘We zullen dan een derde land moeten vinden.’ In 2011 had zich in ieder geval geen enkele staat gemeld die vrijgesproken ex-gevangenen op wil nemen.

Dat is precies wat er is gebeurd met Ngudjolo. Nadat hij vanaf het detentiecentrum naar de luchthaven werd vervoerd, om uitgezet te worden naar Congo, vroeg de ex-verdacht asiel aan. Vanaf kerst verbleef Ngudjolo in detentie op Schiphol. In het voorjaar gelastte de Nederlandse rechter echter zijn vrijlating en eiste dat de Nederlandse staat hem een schadevergoeding zou geven omdat hij veel te lang had vastgezeten. Inmiddels verblijft Ngudjolo ergens op een geheim adres in Nederland. In afwachting van het antwoord op zijn asielverzoek.

1 reactie op “Het leven van een krijgsheer in het detentiecentrum van het Internationaal Strafhof

Laat een reactie achter bij Linda Polman Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>